"Comite Belle 2000" Heem - & Geschiedkundige Kring van Denderbelle

 

Geachte bezoeker,

 

Het "Comite Belle 2000" wenst je van harte welkom op hun website,

op onze website kan je alle info vinden over de Heem - & Geschiedkunde van Denderbelle,

wij wensen jullie dan ook veel surfplezier en hopelijk kan je op al je vragen een antwoord vinden, en anders geef je maar gerust een seintje via contacts, dan proberen wij jullie zo snel mogelijk van dienst te zijn.

 

Denderbelle is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Lebbeke. Het dorp ligt aan de rivier de Dender, in de Denderstreek.

De aangrenzende gemeenten zijn in het noorden Sint-Gillis-bij-Dendermonde, in het oosten Lebbeke, in het zuiden Wieze en in het westen Mespelare en Oudegem (gescheiden door de Dender).

De oppervlakte van Denderbelle is 627 hectare of oudtijds 368 bunder, 3 dagwand en 60 roeden, met een bevolking van meer dan 2135 mensen.


Geschiedenis


DENDERBELLE - ZWIJVICKE


Algemeen wordt aanvaard dat Denderbelle reeds in de 9e eeuw bestond onder de naam Baliolis. De aanwezigheid van een kerk is niet met zekerheid te zeggen maar bestond reeds in 1338 als kapel of kerk vermits er in 1339 melding gemaakt wordt van een "Serck iden hooghen choor der familie Coene, Vanden Bossche, van Ginderover.

De inwoners van Denderbelle zullen aanvankelijk ter kerke gegaan zijn op Zwijvickekouter waar in 1200 reeds een oude parochiekerk stond. Wanneer deze herbouwd en aan wie ze toegewijd was zijn ons onbekend. Volgens de vroegste tellingen - 1469 - waren er in Denderbelle 58 haarden of gezinnen, waarvan 18 arme, geteld aan 5 personen per gezin, wat een bevolking van ca. 290-300 zielen onderstellen laat. (Leo Pee)

Zwijvicke of Sueviacum (ook Sueveka): als woonkern ouder dan Dendermonde, met een mogelijke keltische oorsprong. Het is een Gallo-Romeinse naam voor de woonplaats van een man of stam "Suevus of Sueviaca" genaamd, gelegen in de "Pagus Bracbantensis" een gou van de "Civitas Nerviorum" (Nervische nederzetting) werd later opgenomen in het "Land van Dendermonde" en kwam later onder de graven van Vlaanderen.

Deze beide parochies, Denderbelle en Zwijvicke, werden tot aan het nieuwe regime (1795) steeds samen genoemd.

De oudste bekende schepenakte van 1350 vermeld: "De Prochien van Belle en de Zwivicke".
1537- "De Prochie van Sent Gillis-Belle end Zwijveke".
1630- "De Prochie end Heerlijckhede van Sent Gillis-Belle ende Zwijvecke".
De abdij van O.L.Vrouw (Cisterciëzerinnenorde) ontstaan op de oude parochiekerk van Zwijveke (met toelating van bisschop Godefridus de Fontaine een klooster te bouwen op Zwijvickekouter), werd door de bisschop van Kamerijk-Godefriedus-definitief bekrachtigd op 14 juni 1228.

Deze beide parochies hadden één volle schepenbank van zeven leden, waarvan drie van Denderbelle, tevens één meier, één maanheer, één baljuw.

Tot aan de Franse overheersing maakte Denderbelle deel uit van de heerlijkheid Denderbelle, Zwijveke en Sint - Gillis. Na de Franse overheersing was Denderbelle een zelfstandige gemeente tot aan de fusie met Lebbeke en Wieze in 1977.

 

Patroon Heiligen


Denderbelle heeft 2 Patroon Heiligen: Sint-Martinus & Sint-Cornelius.


Sint-Martinus:


Martinus werd rond 316 geboren in Savaria (Hongarije) als zoon van Romeinse ouders. Op jonge leeftijd werd hij soldaat en als 15-jarige trok hij naar Gallië. Bij een stadspoort van Amiens ontmoette hij een bedelaar, aan wie hij de helft van zijn mantel gaf. Omdat de helft van de mantel eigendom was van Rome kon hij slechts zijn eigen helft weggeven. In 371 werd Maarten door de bevolking van Tours gekozen tot bisschop. Hij vond zich niet waardig genoeg voor dat ambt. Als bisschop zette hij zich in voor de verdere verspreiding van het Christendom. Hij stichtte kerken en rond 375 de bekende Abdij van Marmoutier. In 397 stierf Maarten aan koortsen. Hij was toen ongeveer tachtig jaar oud. Hij werd op 11 november begraven in de basiliek van Tours. Al gauw na zijn dood kwam de verering op gang. In zijn nog bestaande graf liggen slechts een stuk schedeldak en een armbot, de overige botten werden verkocht ter verering als relikwie.


Sint-Cornelius:


De Heilige Cornelius (Rome, geboortedatum onbekend - Civitavecchia, juni 253) was de 21ste paus van de Katholieke Kerk. Hij stamde af van het voorname geslacht van de Cornelii. Cornelius werd in 251 tot paus gewijd. Toen keizer Gallus de kerkvervolgingen aanscherpte, werd paus Cornelius verbannen en gevangengenomen in Civitavecchia. Het was hier dat hij in juni 253 stierf. Volgens sommigen gebeurde dit door onthoofding (vandaar het zwaard waar hij soms mee wordt afgebeeld). Officieel stierf hij door de ontberingen van zijn verbanning maar verkreeg wel de titel ‘martelaar’ en wordt nu als heilige vereerd. Hier wordt hij aanbeden tegen de stuipen.


De Sint-Martinus kerk:


is een van de geklasseerde monumenten die onze parochie rijk is. Ons kerkgebouw heeft al een hele geschiedenis achter de rug. Al in 1227 is er immers sprake van de parochie Denderbelle en in 1232 wordt melding gemaakt van een pastoor en het ontvangen van tienden(belastingsgeld) voor de kerk. In 1433 verschanst Jan Utenzwane zich in de kerk om te ontsnappen aan de vervolging, ingesteld op gezag van  de Franse koning.

Vooral de Calvinisten hebben in 1572 een zware ravage aangericht, enkel het koor blijft overeind.  Dit kerkkoor, het huidig oudste gedeelte, dateert van 1539. Nadien is de kerk nog verschillende keren verbouwd. Eerst was het een kruiskerk. Dit verklaart meteen waarom onze kerk zo'n dikke pilaren heeft, dit waren vroeger de buitenmuren waar men nadien openingen heeft in gemaakt om de kerk en de zijbeuken te vergroten. Deze vergroting was noodzakelijk omdat de Belse bevolking aangroeide (van 290 pratikerenden in 1469 tot 1162 pratikerenden  in 1846). De kerk ondergaat de laatste vergroting (achteraan waar nu het orgel staat) in 1896. De diefstallen, die diverse overheersers hebben gepleegd, hebben ook mooie kerkschatten doen verdwijnen. Nochtans heeft de Belse bevolking steeds het kerkelijk patrimonium beschermd. Het meest markante voorbeeld is wel de sabotage van de openbare verkoop van de kerkelijke goederen, door de toenmalige burgemeester, tijdens de Franse revolutie.

Sommigen vragen zich af waarom de kerk zo apart staat en niet centraal in het dorp ligt. Dit heeft te maken met het feit dat toen de kerk werd gebouwd, zij ingeplant werd op de kruising van een weg komende van Brabant, een weg die Aalst en Dendermonde verbond en een doorwaadbare plaats door de Dender, vlak bij de toenmalige burcht: "Hof Ter Belle". Het dorpsplein had een markt of handelsfunctie. Doorheen de tijd is het wad en veer zijn economisch belang verloren.

Tot op vandaag speelt het kerkgebouw een belangrijke rol in het leven van vele Bellenaars en ook al komen ze niet meer wekelijks samen, toch blijft het een verzamelplaats op belangrijke momenten van hun leven.  In elk geval, moesten de stenen kunnen spreken, zouden zij de geschiedenis kunnen vertellen van vele Belse families en voorvaderen

 

Pastorij van Denderbelle:


Dorp nummer 9. Pastorie van Denderbelle. Diep achterin gelegen pastorie ten zuiden van de parochiekerk van Denderbelle. Ingeplant middenin de omringende pastorietuin die zich uitstrekt achter Dorp nummers 10 en 13 tot aan de Visbeek of Grote Beek. In 1572 is er al sprake van de “priesteraige” te Denderbelle. Een vermelding van het “curenhuys” in 1615 geeft aan dat het gebouw toen in slechte staat was. Volgens rekeningen werd het “pastoreel huys” van Denderbelle in 1770 gerestaureerd op kosten van de voornaamste tiendheffers, namelijk de abdij van Affligem en de abdij van Zwijveke (Dendermonde). Dezelfde tiendheffers betaalden ook in 1789 reparatiekosten aan de woning. Die hadden betrekking op plafonneerwerken, een nieuwe schouw en vloer, schilderen van schrijnwerk, bijmaken van vensters en van twee vertrekken. Ook in 1833 gebeuren nog verbouwingen. Volgens archiefstukken van 1850-1856 met bestek en kostenraming van 1852 en 1853 opgemaakt door architect De Pauw (Dendermonde), bestonden toen concrete plannen om de bestaande pastorie te voltooien of te vergroten onder meer door het toevoegen van een bovenverdieping. Haar huidig uitzicht verkreeg de pastorie uiteindelijk pas in 1864-1865 volgens plannen van 1863 gesigneerd bouwmeester Alexander Carael, Dendermonde. Het bestaande ondiepe langwerpige huis werd daarbij deels vervangen door een bakstenen dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen op kelderverdieping, onder leien zadeldak met dakklokje. Het breedhuis in (ontpleisterde) baksteenbouw op verhoogde begane grond vertoont een bouwnaad in de voorgevel (noordzijde) rechts van de centrale deurtravee, getuigend van een gedeeltelijke vernieuwing. Deze sobere lijstgevel met rechthoekige muuropeningen bezit als enig accent de benadrukte voordeur in een neoclassicistische hardstenen omlijsting bekroond door een kruisje. De gewitte achtergevel bewaart links een grote hardstenen gedenkplaat ter herinnering aan de oprichting in 1865. Een hoge dubbele bordestrap met eenvoudige ijzeren leuning verleent toegang tot de achterdeur; buitenkeldertrap achter het luik in het front van deze pui. Een brede houten kroonlijst op klossen als gevelbeëindiging. Cijferanker 5 tegen de linker zijpuntgevel (rest van jaarankers met bouwjaar?). Rechts aanleunend verankerd, laag en ondiep dienstgebouw met bepleisterde voorgevel, vermoedelijk een aangepast overblijfsel van de vroegere pastorie (18de eeuw). Rechts ervan een zijdelings toegevoegde stal (?) onder flauw hellend pannen lessenaarsdak vertoont een getralied venster in de voorgevel en lage deurtjes met houten latei aan de achtergevelzijde. In 1901 hebben herstellingswerken plaats gevonden onder leiding van architect Goethals (Aalst).

Woning met grosso modo bewaarde binnenindeling (keuken en eetplaats nu samengevoegd). In het salon (zuidoost) een zwarte marmeren schouwmantel in neoclassicistische stijl. Aanpalende kleine spreekplaats met eenvoudige houten schouwmantel. Originele binnendeuren aan hengsels. Bepaalde elementen in de drie linker traveeën en in de laagbouw rechts kunnen nog een rest zijn van de vroegere pastorie (moerbalk, rode en blauwe tegelvloeren).
Deels ommuurde pastorietuin achter rechte oprit; toegang tussen twee vierkante bakstenen hekpijlers bekroond met bolornament op vlakke afdekking. In het verlengde van de oprit tussen de tuinmuur en de pastorie: toegang tot de achtertuin met fraai ijzeren hek en afsluiting aan vier vierkante bakstenen hekpijlers met vlakke afdekking.


Het Gemeentehuisvan Denderbelle:


    Klein Gent nummer 2-4. Voormalig gemeentehuis, beschermd als monument bij MB van 12.12.2002. Pas tijdens het Frans Regime werd te Denderbelle een schepenbank geïnstalleerd. Voordien vormde Denderbelle namelijk één heerlijkheid samen met Sint-Gillis en Zwijveke. Zoals gebruikelijk op het platteland deed eerst een kamer in een herberg dienst als vergaderruimte voor de gemeenteraad, hier in herberg "De dry Koningen", later bekend als "In het gemeentehuis". Het gemeentehuis is opgericht in 1902 door de gemeente Denderbelle en herbergde aanvankelijk ook een woning met café (tot 1918). Volgens het lastenboek tekende bouwkundige Clement Sterck (Dendermonde) het ontwerp. Als vrijstaand gebouw ingeplant op een hoekperceel aan het kruispunt van de as Dorp - Klein Gent met Kramwegel en Meerskant. Na de fusie met Lebbeke in 1977 verloor het gemeentehuis zijn bestemming. In 2001 opnieuw in gebruik genomen (confer herinneringsteen in de voorgevel). Gevelrestauratie en interieurrenovatie met aanpassing van de indeling uitgevoerd naar plannen van 1999 van architect Hein Sacré (Lebbeke). Sindsdien opnieuw met publieke functie onder meer voor huwelijksplechtigheden en tentoonstellingen in de trouwzaal op de bovenverdieping; een klas van de muziekacademie is gehuisvest op de begane grond en de zolder zou tot woning voor de conciërge worden ingericht. De gevelrestauratie gebeurde met veel zin voor authenticiteit. Bij de vernieuwing van het schrijnwerk werd de ruitvormige glas-in-loodverdeling gerecupereerd. De oorspronkelijke gedenksteen met verguld opschrift vermeldt onder meer het bouwjaar 1902, de bouwmeester Cl. Sterck, de aannemer Ct. Van Langenhove evenals de namen van burgemeester, schepen, secretaris, raadsleden en oud secretaris (steen bleef niet in situ bewaard maar zou mogelijk nog worden teruggeplaatst).
    Stilistisch aansluitend bij het historiserend officieel gebouwentype in neostijl dat sinds de tweede helft van de 19de eeuw in vele centra op het platteland verscheen. Opgericht met een voorgevel in neo-Vlaamse-renaissancestijl en opgetrokken uit bak- en natuursteen. Naar concept afwijkend van het gebruik om naar het voorbeeld van de oude schepenhuizen het gebouw uit te rusten met een pui of een anders monumentaal geaccentueerde centrale hoofdingang. De eigenlijke inkom is hier opgevat als een ondergeschikte aanbouw van één travee rechts opzij; deze deurtravee, met gevelsteen met opschrift "gemeentehuis" boven de rondbogige vleugeldeur, wijkt een weinig achteruit, is iets lager dan het hoofdgebouw en is afgedekt onder een vooraan afgewolfd lessenaarsdak. Naar vorm leunt het gemeentehuis enigermate aan bij de statige burgerwoning met stedelijk karakter uit de late 19de eeuw.
    Hoofdvolume met een breedte van drie traveeën, afgedekt door een zadeldak tussen zijtrapgevels op schouderstukken. Symmetrische gevelordonnantie nog benadrukt door het centraal uitspringend deurrisaliet met smalle rondboogdeur, een in natuursteen uitgewerkt balkon en tuitvormig dakvenster. Typerend gebruik van kruiskozijnen in hoge vensters waarbij de dorpels tot platte banden werden doorgetrokken. Evenwichtige verhouding van de gevel met verticaliserende accenten naast horizontaliserende sokkel met geprofileerde afzaat en ander lijstwerk. Monumentaal voorkomen door de toepassing van een opvallend hogere bovenverdieping met een rijkere gevelornamentiek dan de begane grond en een blinde bovenbouw. Opmerkelijk zijn de verdiepte borstweringen met balusters; op de verdiepte rondboogvelden onder de ontlastingsbogen van de bovenvensters komen cartouches voor met vermelding van het bouwjaar:"ANNO / 1902". In het boogveld van het centrale deurvenster met balkon stelt een reliëf Sint-Martinus te paard voor die zijn mantel deelt, een verwijzing naar de patroonheilige van de parochie. Opvallend dakvenster door zijn decoratieve afwerking onder meer met bolornament op schouderstukken en een hoog tuitstuk met bekroning op fronton. Nagenoeg blinde rechterzijgevel en sobere achtergevel zonder enige ornamentiek.


    De Sint-Maartenkapel

     

    De kapel stond vroeger aan de Kapellenstraat zelf, maar moest in 1936 wijken voor de nieuwe baan die Aalst met Dendermonde verbindt. Alfons Goossens ontwierp in hetzelfde jaar het huidige gebouw. Boven de ingang staat een bas-relïef dat Sint – Maarten voorstelt. Het werd in 1984 ontworpen door Willy De Meester in opdracht van de Sint-Maartensgilde.


    't Steenkouterkapelleken


    veldkapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw opgericht tussen 1892 en 1909 (zie topografische kaart en kadasterarchief). Kleine rechthoekige kapel onder een steil zadeldak (kunstleien). Baksteenbouw met lisenen op de gevelhoeken. Decoratief verwerkte gesinterde baksteen. Voorpuntgevel geaccentueerd door dakoverstek met uitgesneden driepasjes aan de brede gewitte houten dakrand en zinken topkruis. Smalle spitsbogige deuropening ingeschreven in spaarveld met beeldnisje. Achter hekwerk: gepolychromeerd beeld van Heilig Hart van Onze-Lieve-Vrouwbeeld op houten altaartje.

     

    Info over de echte Tongenslijpers, de driedelige beeldengroep


    Reeds meer dan 200 jaar werd de driedelige groep (een violist, een kijvende vrouw en een vrouw waarvan de tong tegen een slijpsteen geduwd wordt) tentoongesteld in de voortuin van het Hof van de Tongenslijpers in de Kapellenstraat. De herkomst is door de eigenaars familie Van Den Broeck nooit achterhaald. De originele beelden verkeerden in erbarmelijke toestand en werden heropgefrist door de eigenaars. De laatste jaren worden de Tongenslijpers binnen bewaard.

     

    Beeldengroep Tongenslijpers van Patrick Heuninck


    De Tongenslijpers is een beeldengroep gehouwen, in 2002, door Patrick Heuninck in opdracht van de Lustige Geburen. Zij organiseren de jaarlijkse Kapellenstraatkermis de zondag op of na 15 augustus. Aangezien de driedelige originele beeldengroep de Tongenslijpers, normaal tentoongesteld in de Kapellenstraat nr. 19, niet meer voor het publiek te bekijken valt, lieten de Lustige Geburen een eigen versie maken. De Tongenslijpers is een merkwaardige beeldengroep die zou illustreren wat met vrouwen gebeurt die aan achterklap doen.

     

    De Oude Brouwerij:

     

    Beschrijving

    Visstraat nummer 49.Voormalige brouwerij en mouterij “La Dendre”, opgericht in 1902 en bedrijvigheid stopgezet omstreeks 1925. Ter vervanging van de te klein geworden aanvankelijke gemeenteschool aan het dorpsplein (zie Dorp nr. 31) in 1927 omgevormd tot gemeenteschool van Denderbelle naar ontwerp van architect De Ruddere. Gemeenteschool opgeheven in 1976 en lokalen nu in gebruik als openbare bibliotheek.
    Achterin gelegen rechthoekige bakstenen constructie twee bouwlagen onder laag hellend zadeldak. De naar de straat gerichte, negen traveeën brede voorgevel bewaart kenmerken eigen aan de industriële architectuur namelijk de verticale gevelritmiek door alternerende rechthoekige spaarvelden en lisenen. Deze laatste zijn uitgevoerd in gesinterde bakstenen en vallen tevens op door de merkwaardige radvormige verankeringen. Ruime vensters met ijzeren roedeverdeling per travee gevat in een rondboogveld; boog afgewerkt met hardstenen sluitsteen, dito imposten en bakstenen booglijst. Benedenvensters en inkompoort met I-latei. Behouden ijzeren armatuur van de vroegere schoolbel. Links een kleine en lagere vooruitspringende annex. De gemetste trap met hardstenen treden naar de vroegere klaslokalen op de bovenverdieping bewaart zijn decoratieve ijzeren trapleuning in art-decostijl.


    De hoeve " het Motteken "


    Verdere informatie:

    Beknopte karakteriseringDatering:derde kwart 18de eeuw, derde kwart 19de eeuw, eerste kwart 19de eeuw, vierde kwart 16de eeuw, vóór WO IType:Mariabeelden, boerenwoningen, brouwerswoningen, distilleerderijen, grachten en wallen, hekken, hekpijlers, hoeven, paardenstallen, rosmolens, schuren, stallenStijl:Trefwoorden:

    Beschrijving

    Mottekenstraat nummer 12. Hoeve Motteken of “Het Motteken”. Omgracht semi-gesloten hoevecomplex op het einde van de straat gelegen in het landelijke zuidoosten van Denderbelle, palend aan de grens met de deelgemeente Wieze. Als omgrachte hoevesite naast de Meysbeek teruggaand op het vroegere “Hof te Meys”, als dusdanig al vermeld in 1572/1577. Een oude oorsprong van de site wordt verondersteld omwille van een mogelijke relatie met de locatie op de grensscheiding van het land van Dendermonde en het land van Aalst. Op de tiendekaart van de abdij van Zwijveke (Dendermonde) van 1737 weergegeven als hoeve met losse bestanddelen met enkelvoudige omgrachting; de onregelmatige vijfhoekige vorm is in de huidige site met walgrachten nog herkenbaar aanwezig. In de 19de eeuw is de benaming het Motteken als hoevenaam in gebruik (confer onder meer op kadastraal plan van 1817). Door huwelijk in 1825 ging de hoeve van de familie Beeckman over in handen van Van Roy. Volgens archiefsukken werd in 1858 aan Pierre Joseph Van Roy vergund om een jeneverstokerij op te richten (in 1858 gekadastreerd nieuw afzonderlijk gebouw in de zuidwestelijke erfhoek, nog vergroot in 1866). Daarnaast kwam nadien een drafrosmolen tot stand (1873 volgens kadasterarchief). De stokerij was in 1897 uitgerust met een stoommachine. In 1903 zou de stokerij volgens gegevens van het kadasterarchief omgevormd zijn tot een stoombrouwerij. Deze brouwerij werd in 1911 vergroot na de bouw van de nieuwe woning (1905). De “Brouwerij Het Motteken” van de familie Van Roy hield in 1937 op te bestaan. In 1946 werd de hoeve aangekocht door de benedictijnenabdij van Dendermonde, sindsdien uitbater van het landbouwbedrijf.

    Hoevegebouwen ingeplant op de voorste helft van het omgrachte erf, dat versmalt aan de straatkant (noordwestzijde) waar zich de erftoegang bevindt. Oprit tussen afbuigend laag ijzeren hekwerk naast de voorste walgrachten. IJzeren toegangshek aan hoge vierkante hekpijlers in geblokt metselwerk (bak- en hardsteen) met ijzeren ornament als bekroning op de afdekplaat. In de rechter pijler uitgespaarde kleine rechthoekige beeldnis met beeldje van zittende gekroonde Onze-Lieve-Vrouw met Kind. IJzeren omlijsting met letter M in de sierlijke bekroning en in het traliewerk verwerkt wapen van de Sint-Pieters- en Paulusabdij van de benedictijnen te Dendermonde (twee gekruiste sleutels en een zwaard).
    Het voormalige brouwershuis (1905), ingeplant vooraan op het erf valt ook sterk op door het dominante volume en de karaktervolle voorgevel. De woning is opgevat als een vrijstaand burgerhuis met voortuin en aan de achterkant aansluitende bedrijfsgebouwen. Dubbelhuis in baksteenbouw van twee bouwlagen en drie traveeën onder schilddak (zwarte mechanische pannen) met ijzeren bekroningen op de nokuiteinden. Voorgevel in eclectisch getinte stijl met neoclassicistische elementen, uitgevoerd met knipvoegen en verrijkt met hardsteen. Lijstgevel op hoge sokkel deels in breuksteen verband en horizontaal nog geleed door platte banden en lijsten. Verhoogde begane grond geopend met brede vensters onder I-latei. Benadrukte centrale deurtravee waarvan de dubbele deur met trap gevat is in geprofileerde omlijsting op postamenten. Sculpturaal fraai bewerkte deur. Bogen met bewerkte sluitsteen. Omlopende getande kroonlijst, gekornist boven de deels uitspringende deurtravee. Het lagere achterhuis onder haaks zadeldak vertoont aan de tuinzijde (west) twee spitsbogige bovenvensters. In de gegraveerde beglazing van de veranda aan de erfzijde komen verwijzingen voor naar de vroegere brouwerij Van Roy: initialen VR met brouwersattribuut (moutvork) in cartouche en op ton met Bacchus.
    Interieur bewaart vele elementen van zijn oorspronkelijke aankleding zoals diverse tapijttegelvloeren, marmeren schouwmantels en verfijnde plafondornamentiek.
    Rondom de verharde onregelmatige vierhoekige binnenplaats gelegen hoevegebouwen.
    Ten zuidwesten, zijdelings palend aan het achterhuis van het brouwershuis: het oude vroegere boerenhuis van de hoeve. Bakstenen breedhuis van één bouwlaag en vijf traveeën onder pannen zadeldak. De gewitte erfgevel op gepikte plint en met opvallend, groen geschilderd houtwerk, bewaart twee getraliede vensters in houten kozijn met luikduimen; voordeur eveneens met houten latei en decoratieve tracering in het bovenlicht. Houten dakzool op uitgesneden consoles. Bepaalde bouwelementen (verankeringen met krul, moerbalkconsoles, console van een geveltop) wijzen er op dat het minstens sinds begin 19de eeuw bestaande huis een oudere oorsprong kende. Lagere haakse vergroting aan de achterzijde (1858 volgens kadasterachief) met blinde lunetten en een paar kleine rondboogvensters. In de zuidhoek van het erf: voormalige brouwerijgebouwen met rest van de aanvankelijke stokerij. Landelijk bakstenen industrieel gebouwencomplex onder drie pannen zadeldaken, een uitbreiding voornamelijk uit begin 20ste eeuw van het vroegere stokerijgebouw (1858,1866), te lokaliseren in de lage vleugel in het zuidwesten (huidige varkensstallen) met gewitte erfgevel; nog herkenbaar aan de ronde bakstenen schoorsteen met hoge vierkante aanzet en de houten lateien. Het hoogste onderdeel van de brouwerijgebouwen bewaart zijn vierkant aanzettende schoorsteen met korte ronde schoorsteenpijp boven de daknok. Binnenin gewijzigde gebouwen bij de omvorming in veebedrijf.
    Ten oosten en noordoosten: brede dwarsschuur en haaks aanpalende lagere L-vormige stalvleugel, gekenmerkt door hun traditioneel gewitte erfgevels, gepikte plint, groen geschilderd houtwerk en rode pannen zadeldaken. Behouden schuurgebinte met inscriptie waaronder onvolledig jaartal 176(?). Houten zolderluik van koeienstallen bekroond door windwijzer met twee figuurtjes die een ton dragen (verwijzing naar de vroegere brouwerij). De jongere kortste vleugel met paardenstallen (uitbreiding van 1873 volgens kadasterarchief) valt op door het verzorgde houtwerk van het overstekende dak met uitgesneden consoles, schoren, en de afwerking van de hout beklede puntgeveltop. Gevelanker met jaartal 1770 afkomstig van ergens anders.


    Sluis Denderbelle


    De stuwsluis van Denderbelle dateert van1946 en wordt elektromechanisch bediend. De
    stuw beschikt slechts over één opening zodat een eventuele breuk van het mechanisme
    een volledige blokkering van de stuwgeul veroorzaakt, wat tot zware overstromingen in
    het opwaartse pand kan leiden


      Op heden hebben wij ook 3 micro-brouwerijen:


      brouwerij Erneffen, brouwerij Belleketels en brouwerij 't Kroontje:


      brouwerij Erneffen:

      Onze brouwerij is 3 jaar geleden gestart als hobbybrouwerij.
      Door de vele aanvragen om ons bier te kunnen kopen ,hebben we de stap gezet om tot een echte erkende brouwerij over te gaan.
      Sinds maart 2016 is Brouwerij Erneffen (Raoul Schoenaers)officieel erkend als brouwerij.
      Doel : In opdracht brouwen vb: gepersonaliseerd bier voor feestje, jubileum,geboorte enz. of een eigen recept dat je officieel wil laten brouwen.
      Reeds 2 bieren, in deze brouwerij ontwikkeld, zijn in de streek en in het buitenland te koop.
      In de toekomst zullen er 3 vaste bieren van Brouwerij Erneffen aangeboden worden.(Blond,Amber en Donker)


      Brouwerij "De Belleketels" 

      is een hobbybrouwerij van Bob Willems en Jo Abbeloos. 

      Deze kleine brouwerij is gelegen in het mooie Denderbelle in Oost-Vlaanderen België. Wat begon als een hobby is meer en meer een passie geworden en vandaag brouwen Bob en Jo verschillende bieren. Aangezien Bob Willems en Jo Abbeloos reeds jaren lang met bierproeven bezig waren werd er in 2007 besloten om in eigen brouwerij bier te brouwen.Via de kennis van het brouwen kunnen wij zo meer de echte smaak van de verschillende bieren leren kennen.
      In 2010 heeft Jo Abbeloos het diploma van brouwer behaald dit in de brouwerij school van het vroegere CTL nu CVO Panta Rhei. Jo Abbeloos vervolmaakt zich in het brouwen door het volgen van de opleiding in het Elishout te Anderlecht.

      En volgt ook de opleiding tot zytholoog aan het Syntra in Gent. 


      Brouwerij ’t Kroontje bvba

      Op 5 mei 2011 werd Brouwerij ’t Kroontje bvba opgericht. Eindelijk was het zover

      In het weekend van 1 mei 2012 produceerden we de twee eerste brouwsels van 400 liter. De Rebelle blond en de Rebelle Bruin waren geboren.

      Op 11 augustus 2012 volgde de plechtige voorstelling van de biertjes in buurthuis “De Brouwerij” in Denderbelle.

      Omdat de naamgeving van een bier heel belangrijk is, hielden we een brainstormsessie waarbij de naam “REBELLE” vrij snel uit de bus kwam. Denderbelle wordt in de volksmond “Belle” genoemd. “REBELLE” lag voor de hand, want er werd voor het eerst sinds 1937 weer bier in “Belle” gebrouwen. De locatie is wel veranderd. Terwijl er tot 1937 gebrouwen werd in de Visstraat – in het huidige buurthuis – vinden de brouwactiviteiten nu plaats op de Hogebrug, in het gedeelte van Belle dat “T KROONTJE” genoemd wordt. De naam voor de brouwerij vindt hierin zijn oorsprong.